Jan Hendrik van Sluijters, 1832-1916 - Architect




















Soms zijn er wel eens van die onderzoeksprojecten waarin men al een heel eind is gevorderd, vervolgens worden een paar artikelen geschreven maar om een of andere reden toch nog onafgemaakt in de archiefdozen bewaard blijven. Zo is op de beeldbank van het Amsterdamse Stadsarchief een nieuw bouwproject teruggevonden van de relatief onbekende Haagse architect Jan Hendrik van Sluijters. Ware het niet dat hij de vader is van de bekende Art Nouveau ontwerper Georges de Feure, alias Georges Joseph van Sluijters (1868-1943).Op 6 september 1868 in Parijs geboren. Hij heeft dus een Nederlandse vader en een Belgische moeder. Zijn vader bouwde toen diverse appartementencomplexen in de Franse hoofdstad in opdracht van een rijke clientèle zoals voor de Nederlandse gezant in Parijs, Baron van Zuylen Nijevelt ( 5,rue Rougemont) de Graaf van Seebach ( 31,rue de Courcelles) de Minister van Zweden en Noorwegen, Baron Aldelsward (42 Rue Rovico) Graaf de Riant, (14,avenue Roi de Rome), de Heer Viot de Sperlet ( 14, rue de Berri) en de Heer Moulton ( 27 Rue de Courcelles). Deze namen en Parijse bouwprojecten kon worden getraceerd in een brief gericht aan het Haags gemeentebestuur en nu geconserveerd bij het Haags Gemeentearchief. Van Sluijters biedt aan in 1870 aan het Haags Gemeentebestuur een rioleringssysteem die hij op reeds had beproefd en goedgekeurd in de door hem gebouwde herenhuizen. Gewoon een toevalstreffer in de archieven zoals er zoveel zijn. In 1870 bouwde van Sluijters in Den Haag. Deze woonhuizen genaamd 'woonhotels' bevinden zich aan de Laan Copes van Cattenburch en verder een serie 'Brusselse huizen' in het Arnhemse Spijkerstraat uit het tijdvak 1877-1880. (bovenste opnamen). Deze huizen zijn van een voorname grandeur en heel fraai vorm gegeven. Zowel aan de buitengevel als binnen. Pal naast de voordeur is er een kleine inkeping met ijzeren balkje. Dit is een zogenaamde schoenschraper. Nadat die huizen waren gebouwd was de architect verder verantwoordelijk voor de bestrating voor zijn herenhuizen in de breedte naargelang het aantal verdiepingen die de woonhuizen telde. Deze woningen zijn voorzien van een zogenaamd -Mansardedak- Een uitvinding van de 17e eeuwse Franse architect Mansarde. Deze dakvorm bestaat uit gebroken, naar buiten geknikte vlakken, en verder afgewerkt als bedekking met leisteen. Het doel was tweeledig, door het aanbrengen van deze dakvorm ontstond een diepere zolderetage voor het inwonend personeel, en anderzijds zal dit niet worden aangemerkt als duidelijk een verdieping verdieping. Dit had weer zijn voordeel, als deze bestrating minder breed voor rekening van de architect kon worden aangelegd. Een Haagse architectuurgids maakte mij duidelijk dat in de Spijkerstraat in Arnhem een reeks van monumentale huizen een grote gelijkenis vertoonde met dit blok van drie herenhuizen aan de Laan van Copes van Cattenburch. Maar hoe moet men zoeken in de archieven? als blijkt dat een groot deel van het bevolkingsarchief en het tekeningenarchief met bijbehorende stukken van Arnhem tijdens de laatste oorlog zijn vernietigd door het oorlogsgeweld. Veel van de gegevens kon worden teruggevonden in de kadastergegevens waaronder de hulpkaarten met aantekeningen en namen van eigenaars. Hierdoor kan een en ander definitief worden vastgesteld.Maar let op wanneer op kadasterkaarten een 'dienstjaar' wordt genoemd dan heeft dat altijd betrekking op de situatie van een jaar daarvoor. Rond de tweede helft van de 19e eeuw was het gebruikelijk dat een architect een eigen risico nam door voor eigen rekening te gaan bouwen en daarmee de grond op zijn naam gesteld. Revolutiebouw was het spel van de 'Drie Heren' die betrokken waren bij een bouwproces in de 19e eeuw. De eerste is de grondspeculant die de bouwgrond opkoopt of eigen grond sl in zijn bezit heef en dit indeelt in percelen naargelang de eigen bouwplannen en verder gemeentelijke plannen voor de nodige stadsuitbreiding. Voor het te bouwen huizen of een voor een blok huizen zocht de grondspeculant een architect of een meester-timmerman. Door gebrek aan eigen financiële middelen was de architect gedwongen om bij de hypotheekbank aan te kloppen als derde Heer met in onderpand verkregen de op zijn naam gestelde grondaankoop. De grondeigenaar bemiddelde dan vaak om zo de grondprijs terug te ontvangen en voorlopig te verdwijnen naar de achtergrond. Overige termijnen werden pas betaald door de hypotheekbank naargelang de bouwontwikkeling. Revolutiebouw werd zo een eigentijdse manier van gelukzoeken bij het vinden van kopers of huurders. In het geval Arnhem was de notaris mr. Jonkheer Rudolf Isaac Teding van Berkhout in de 'Spijkerbuurt' de projectontwikkelaar en Jan Hendrik Van Sluijters de architect.
Speculatiebouw is vaak te herleiden uit rechtlijnige straatpatronen door de opdeling in goed verkoopbare grondpercelen zoals dat in Den Haag waarneembaar is in bijvoorbeeld de Archipelbuurt. Het kon ook goed mis gaan. Zo ontstaat in 1883 een suikercrisis in voormalig Nederlands Indien. Revenuen bleven daardoor achter en kreeg vooral zijn weerslag in Arnhem door de vele leegstaande huizen en uitstellen van de terugkeer om zich permanent in ons land te vestigen, met name in Arnhem en in Den Haag. Jan Hendrik kondigde zijn eigen faillissement aan, maar kreeg opdracht om op het Damrak in Amsterdam het voormalige 'Biblehotel' te verbouwen met een nieuwe voorgevel. Een onbekende architect kan soms verrassend tevoorschijn komen uit de archiefstukken. 

 Sometimes there are research projects in which one has already made considerable progress, only to have a few articles written, but for one reason or another, they remain unfinished in the archives. For example, a new building project by the relatively unknown Hague architect Jan Hendrik van Sluijters has been rediscovered in the image database of the Amsterdam City Archives. Except he was the father of the renowned Art Nouveau designer Georges de Feure, alias Georges Joseph van Sluijters (1868-1943). Born in Paris on September 6, 1868, he had a Dutch father and a Belgian mother. His father then built several apartment complexes in the French capital, commissioned by wealthy clients such as the Dutch ambassador in Paris, Baron van Zuylen Nijevelt (5, rue Rougemont), the Count of Seebach (31, rue de Courcelles), the Minister of Sweden and Norway, Baron Aldelsward (42, rue Rovico), Count de Riant (14, avenue Roi de Rome), Mr. Viot de Sperlet (14, rue de Berri), and Mr. Moulton (27, rue de Courcelles). These names and Parisian building projects could be traced in a letter addressed to the Hague city council and now preserved at the Hague Municipal Archives. In 1870, Van Sluijters offered the Hague city council a sewerage system that he had already tested and approved in the townhouses he had built. Simply a fluke in the archives, of which there are so many. In 1870, Van Sluijters built a house in The Hague. These houses, called "woonhotels," are located on Laan Copes van Cattenburch, and also a series of "Brussels houses" in Arnhem's Spijkerstraat, dating from 1877-1880 (top photos). These houses are of a distinguished grandeur and beautifully designed, both on the exterior and interior. Right next to the front door is a small recess with an iron bar. This is a so-called shoe scraper. After these houses were built, the architect was also responsible for paving the width of his townhouses, depending on the number of stories. These houses feature a so-called "Mansard roof," an invention of the 17th-century French architect Mansarde. This roof shape consists of broken, outwardly angled surfaces, finished with slate. The purpose was twofold: by applying this roof shape, a deeper attic floor was created for the resident staff, and secondly, it would not be considered a distinct upper floor. This, in turn, had its advantage if the architect could design this paving to be narrower. A Hague architecture guide made it clear to me that a row of monumental houses on Spijkerstraat in Arnhem bore a striking resemblance to this block of three townhouses on Laan van Copes van Cattenburch. But how should one search the archives? It turns out that a large part of the population archive and the drawing archive with accompanying documents from Arnhem were destroyed during the war. Much of the information could be found in the cadastral data, including the auxiliary maps with notes and names of owners. This allows for definitive confirmation. However, note that when a 'service year' is mentioned on cadastral maps, it always refers to the situation from the previous year. Around the second half of the 19th century, it was common for an architect to take a risk by building on his own account, thereby registering the land in his name. "Revolutionary Construction" was the game of the "Three Gentlemen" involved in 19th-century construction. The first was the land speculator who purchased the building plot or owned land and divided it into plots according to his own building plans and municipal plans for the necessary urban expansion. For the houses or individual blocks of houses to be built, the land speculator sought an architect or a master carpenter. Lacking his own financial resources, the architect was forced to approach the mortgage bank as a third lord, using the land purchase registered in his name as collateral. The landowner often acted as an intermediary to recoup the land price and temporarily fade into the background. Other installments were only paid by the mortgage bank as the building progressed. Revolutionary Construction thus became a contemporary way of trying to find buyers or tenants. In the Arnhem case, the notary, Mr. Jonkheer Rudolf Isaac Teding van Berkhout in the 'Spijkerbuurt' was the project developer and Jan Hendrik Van Sluijters the architect.

 

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Eugene Gaillard - Meublier de l'Art Nouveau Bing

Von Stein - De grote onbekende